Sportmedisch

VOORKOM BLESSURES door een goede WARMING-UP
onderstaande informatie is afkomstig van de site www.voorkomblessures.nl; klik op Kies je sport, en dan op Tennis. Daar vind je nog veel meer nuttige sportmedische informatie.

Door een warming-up te doen bereid je je zowel fysiek alsmentaal voor op de lichamelijke inspanning die je gaat leveren. De kansop blessure neemt af en je tennisprestaties zullen verbeteren.

Opgewarmde spieren leveren betere prestaties dan koude. Het gaat erom dat je spieren warm en soepel worden zodat ze de inspanning tijdens het tennisspel aankunnen. De stofwisselingsprocessen verlopen sneller, waardoor de spieren makkelijker beschikken over de energie die nodig is en er worden minder afvalstoffen gevormd (en dus minder spierpijn).

Een warming-up voor een wedstrijd begint eigenlijk al thuis als je je spullen pakt. Mentaal bereid je je dan al voor op de wedstrijd die komen gaat. Het voorbereiden van je lichaam op de komende inspanning en het oefenen van je slagen en service moet je doen voor je de baan op gaat voor de wedstrijd. Zo kun je de inspeeltijd die je vlak voor de wedstrijd krijgt gebruiken om lange slagen te oefenen en de zwakke punten van je tegenstander te ontdekken.

Let er altijd op dat je je warming-up dusdanig intensief doet, zodat je het wel warm krijgt en een beetje gaat zweten, maar niet moe wordt. Zorg er met name bij koud weer voor dat je goed warm wordt!

Een goede warming-up bestaat uit inlopen, rekoefeningen en inspelen.Gemiddeld duurt een warming-up ongeveer 15 minuten. Tijdens de warming-up wordt warme en gemakkelijk zittende kleding aanbevolen. Voor alle rekoefeningen geldt:

  • beweeg langzaam, forceer niets; rekken mag geen pijn doen
  • houd de uiterste stand 10 seconden vast
  • ontspan daarna langzaam en schud je spieren los
  • voer iedere oefening zowel links als rechts uit
  • herhaal alle oefeningen 2-3 keer met korte pauzes.
Hoe onregelmatiger je sport en/of hoe ouder je wordt, des te meer risicoloop je een blessure op te lopen. Besteed dan meer aandacht aan je warming-up. Heb je een tennisles/wedstrijd of ga je vrij-tennissen in de ochtend, besteed dan wat langer de tijd aan je warming-up. ’sMorgens ben je minder soepel dan ’s middags of ’s avonds. 


WARMING-UP EN WEINIG TIJD

Wanneer je geen tijd hebt voor een uitgebreide warming up, dan kan dit ook gewoon tijdens het inspelen. Let tijdens het inspelen op de volgende punten:
  • begin het inspelen met minitennis
  • begin in een laag tempo en sla met weinig kracht
  • neem alle slagen door
  • zorg voor veel balcontacten
  • laat de intensiteit geleidelijk oplopen en eindig met een paar bewegingen op volle snelheid of kracht.


OEFENINGEN

Inlopen (5-10 minuten):

  • rustige looppas (2-3 minuten)
  • kleine passen
  • voeten goed afwikkelen
  • armen ontspannen en meebewegen
  • bij voorkeur ook andere dynamische oefeningen zoals, huppelen, zijwaartse passen en armzwaaien

Rekoefeningen:
Lange kuitspier (Gastrocnemius)
  • maak met de rechtervoet een stap naar voren
  • breng het lichaamsgewicht over naar het rechterbeen
  • buig rechterknie en houd de linkerknie gestrekt
  • houd de linkerhak op de vloer

Korte kuitspier (Soleus)
  • maak met de rechtervoet een kleine stap naar voren
  • houd het lichaamsgewicht op het linkerbeen
  • buig de romp naar voren
  • houd de linkerhak op de vloer

Achterzijde bovenbeen (Hamstrings)
  • leg het been horizontaal op een hek of bankje
  • houd de rug recht
  • buig de romp naar voren
  • houd beide benen gestrekt

Voorzijde bovenbeen (Quadriceps femoris)
  • ga rechtop staan en zoek steun met één hand
  • buig uw been
  • pak de enkel vast en trek de hiel naar de billen totdat je rek voelt in het bovenbeen
  • de knie wijst naar beneden
  • houd je bovenlichaam goed rechtop

Lies (Korte adductoren)
  • ga zitten in de kleermakerszit
  • zet de voetzolen plat tegen elkaar aan
  • houd het bovenlichaam en het hoofd rechtop
  • druk met de ellebogen op de binnenkant van de knieën

Lies (Lange adductoren)
  • ga in de spreidstand staan
  • tenen en voeten wijzen naar voren
  • buig één been; de knie is recht boven de voet
  • geef met het gestrekte been druk schuin naar beneden
  • houd het bovenlichaam recht

Grote lendenspier en lage rug (Iliopsoas)
  • ga met een rechte rug tegen de muur staan
  • pak je rechterknie en trek deze naar je borst
  • houd je lichaam recht tegen de muur

Grote lendenspier (Iliopsoas)
  • plaats het rechterbeen in een hoek van 90° vooruit
  • de linkerhak raakt de grond niet
  • druk de heup en het linkerbovenbeen voorwaarts en naar beneden
  • houd het bovenlichaam recht

Buitenzijde bovenbeen (Tractus Iliotibialis en quadratus lumborum)
  • voor rekken van het linkerbeen: kruis je linkerbeen zover mogelijk achter je rechterbeen.
  • breng je linkerarm omhoog en buig nu zovermogelijk naar rechts, totdat je rek voelt in je linkerzij en aan debuitenzijde van je linkerbovenbeen

Bilspieren (Gluteus en piriformis)
  • ga op de grond zitten en zet het linkerbeen over het gestrekte rechterbeen, ter hoogte van de knie
  • de linkerarm steunt het gestrekte bovenlichaam
  • kijk over de linkerschouder
  • de rechterelleboog drukt de linkerknie naar de andere kant

Lage rug (erector trunci lumbalis)
  • leg je handen op een hek of boarding
  • le voeten staan in een kleine spreidstand plat op de grond
  • laat de romp naar achteren zakken

Achterzijde bovenarm (Triceps Brachialis)
  • leg de rechterhand bovenhands op de schouderbladen
  • duw met je linkerhand de hand verder naar beneden
  • houd je rug zoveel mogelijk recht

Achterzijde schouder (infraspinatus)
  • leg de linkerhand op je rechterschouder
  • houd de linkerarm horizontaal
  • pak met je rechterhand de linkerelleboog vast
  • trek de linkerarm over de rechterschouder
  • kijk over de linkerschouder

Buitenzijde onderarm (Extensoren)
  • steek je arm gestrekt naar voren, met de handrug naar boven, terwijl de vingers naar beneden wijzen
  • pak met de andere hand de handrug vast en buig depols nog wat verder totdat u spanning voelt aan de buitenzijde van de onderarm

Binnenzijde onderarm (Flexoren)
  • steek je arm gestrekt naar voren, met de handpalm naar boven (de vingers blijven naar beneden wijzen)
  • je voelt nu spanning aan de binnenzijde van de onderarm


Inspelen (5-10 minuten)
  • begin het inspelen met minitennis
  • begin in een laag tempo
  • neem alle slagen door
  • zorg voor veel balcontacten
  • laat de intensiteit geleidelijk oplopen